Bedrijfsvoering en financiën

Waar staat de ChristenUnie voor ?


Van de gemeente verwachten wij dat zij een betrouwbare en goede rentmeester is van de beschikbare middelen. Structurele uitgaven, zoals voor wegen en onderwijshuisvesting, moeten kunnen worden betaald uit structurele inkomsten. Alle burgers betalen mee, hetzij via de afdracht van de rijksoverheid, hetzij via de gemeentelijke belastingen zoals de Onroerende Zaak Belasting (ozb). Uiteraard is er voor mensen met weinig financiële draagkracht maatwerk mogelijk.

In de afgelopen periode is het takenpakket van de gemeenten flink uitgebreid. Hierbij zijn de financiële risico’s toegenomen. De mogelijkheden deze op te vangen zijn gericht op efficiëntievergroting door integraal de taken die de gemeente heeft op sociaal gebied, in de openbare ruimte en op het terrein van veiligheid in te vullen. Daarmee is de noodzaak versterkt om alle risico's beter in beeld te brengen en te beheersen. Toekomstige generaties mogen niet worden opgezadeld met de gevolgen van slecht (financieel) beleid van hun voorgangers

Financiën

  • De totale lokale lastendruk stijgt in principe niet meer dan de inflatiecorrectie. Maar er kan gedifferentieerd worden per categorie. Zo betalen bedrijven nu relatief weinig OZB, terwijl woningbezitters in Kampen relatief veel OZB betalen. Het is wenselijk deze verhouding meer in balans te brengen.
  • De dienstverlening van de gemeente (o.a. leges) zijn zover mogelijk kostendekkend. Bij inkoopbeleid zijn in Kampen duurzame criteria een harde eis. (fair trade, social return on investment en maatschappelijk verantwoord ondernemen en door het mogelijk te maken dat (zorg)inkooporganisaties cao-lonen kunnen volgen.)
  • Bezuinigen door kritisch te zijn op:   Bekostigen van ‘prestigeprojecten’  Subsidiëren van organisaties en activiteiten die ook met privaat geld kunnen worden bekostigd  De inhuur van externe projectmanagers, adviesbureaus e.d.
  • De gemeente doet een analyse op de actualiteit van de beheerplannen. Investeringen in kapitaalgoederen en gebouwen moeten een beheerplan hebben. Na de investering moeten er ook middelen vrijgemaakt worden voor onderhoud en vervanging.